In het Westerkwartier in Groningen ging het laatst een klein beetje⦠eh⦠anders dan gepland.
Er was een brug kapot tussen Noordhorn en Zuidhorn, dus besloten ze:
βGeen probleem! We regelen een tijdelijke busverbinding.β π
Klinkt simpel, toch?
Maar toen besloot het weer mee te doen.
Eerst kwam code geel.
Toen code oranje.
En daarna: sneeuw, ijs en glibberige polderwegen. βοΈπ§
De bussen reden niet meer gewoon van A naar B.
Nee hoor.
Ze schaatsten bijna door de polder.
Bochtje hier, schuifje daar, en iedereen hield zijn adem in. π¬π
Het werd één grote logistieke puzzel:
- Waar kan de bus rijden?
- Waar staat hij vast?
- En glijdt hij nu vooruit⦠of achteruit?
In de rest van Nederland raakten mensen licht in paniek:
βDit is gevaarlijk!β
βDit kan echt niet!β
βWaarom rijdt die bus ΓΌberhaupt nog?!β π±
Maar de Groningers?
Die bleven heerlijk kalm.
Op RTV Noord kwamen reacties als:
βAch joh, het is maar water dat bevroren is.β
βNiet zo druk doen.β
βGewoon rustig blijven.β π
Terwijl de bus half glijdend door de sneeuw trok, dachten de Groningers vooral:
Zolang βie uiteindelijk aankomt, is het goed.
Conclusie:
Een kapotte brug + sneeuw + een tijdelijke bus = chaos.
Maar zet het in Groningen neerβ¦
en iedereen blijft gewoon lekker nuchter. π§’πβοΈ










