In het rustige Beieren gebeurde iets waar zelfs de politie even van moest knipperen met hun ogen. πβ¨
Een paar voorbijgangers zagen een man die probeerde een wild gillend, spartelend, krijsend kind in een auto te krijgen.
En niet zomaar een gilletje.
Nee neeβ¦
Dit kind produceerde het soort geluid dat je normaal alleen hoort als iemand op een LEGO-steentje gaat staan. π±π§±
De mensen dachten meteen:
βOH NEE! ONTVOERING! ALARMMM!β π¨π¨
En hop β de telefoon ging naar de politie.
π De politie komt in actie (film-muziekje erbij π¬)
Binnen een paar minuten reden politiewagens met sirenes en zwaailichten aan alsof ze in een achtervolgingsscene zaten.
Agenten sprongen eruit, klaar voor actie:
βWaar is de boef?! Waar is het gevaar?!β
Ze omsingelden de auto, heel stoer en heel serieus. ππΌ
Maar toen ze dichterbij kwamenβ¦
Hoorden ze iets anders dan verwacht.
Iets veel herkenbaarders.
Iets⦠héél menselijks.
Een kind dat brulde:
βIK WIL NIET NAAR HUIS!!!β π€ππ«π
π€¦ De grote onthulling
En ja hoor β geen ontvoering.
Geen boef.
Geen spannende misdaad.
Gewoon een vader die zijn zoontje ophaalde van een speelafspraakje.
Maar die zoon had nog 0,0% zin om naar huis te gaan.
Dus hij ging protesteren met zijn volledige ziel, longen en energie.
(Kinderen zijn daar Γ©cht olympisch in. π₯π)
De agenten keken elkaar aan, begonnen te grinniken πβ¦
en de vader stond erbij met de blik van:
βWaaromβ¦ gebeurdeβ¦ ditβ¦ precies bij mΓj?β π΅βπ«










