Alsof sneeuw, gladde stoepen en chagrijnige trams nog niet genoeg waren, kreeg Oslo in december ineens te maken met een héél ander probleemβ¦
een superfanatieke bever π³π¦«.
Nee, geen boef met een bivakmuts.
Geen geheime ninja.
Maar een echte, harige, knagende bever met grote plannen.
Midden in een druk deel van de stad besloot meneer (of mevrouw) Bever dat een boom al véél te lang rechtop stond π³.
En zoals elke bever denkt:
βDie boom? Die is van mij.β
Met zijn scherpe tanden begon hij fanatiek te knagen.
Niet βs nachts in een rustig bosβ¦
maar gewoon overdag, vlakbij mensen, fietsen en verbaasde voorbijgangers π²π².
Mensen bleven staan kijken en dachten:
βEhmβ¦ hoort dit bij de kerstversiering?β ππ¦«
Maar nee hoor.
De boom begon steeds schever te staan.
En de kans bestond dat hij elk moment KRAK π₯ zou doen en op straat zou vallen.
Toen moesten de autoriteiten in actie komen π¨.
De BymiljΓΈetaten (dat is een Noors woord dat klinkt als een PokΓ©mon, maar eigenlijk βDienst Stedelijke Omgevingβ betekent) kwam snel ter plekke.
Hun missie?
Niet: vang de bever.
Maar: red de stad van een vallende boom die door een knaagdier wordt gesloopt π
.
Uiteindelijk hakten de medewerkers de boom zelf om, vΓ³Γ³rdat de bever zijn werk kon afmaken.
De bever keek waarschijnlijk teleurgesteld toe en dacht:
βSerieus? Ik was bijna klaarβ¦β π€π¦«
De bever zelf werd verder met rust gelaten, want jaβ¦
hij deed gewoon wat bevers doen: knagen, plannen maken en bomen pesten.
Zo bewees Oslo weer één ding:
je kunt nog zΓ³ goed plannen als stadβ¦
maar de natuur heeft altijd haar eigen agenda πΏπ.
En die agenda wordt soms geschreven door een bever met hele scherpe tanden. π¦«β¨










